Op 6 oktober nam Nicole Mengelers afscheid van haar actieve carrière binnen Zuyderland GGz met een receptie die meer ontaarde in een grote reünie van oud medewerkers van Zuyderland GGz, Orbis GGz, Prins Clauscentrum, PAAZ Maaslandziekenhuis, PAAZ Goddelijke Voorzienigheid, allemaal namen voor dezelfde organisatie.
Dat is het thema van de Week van de GGZ-inspiratie 2027. Toen Sandra Kervel mij vroeg daar iets over te schrijven, moest ik daar nog even over nadenken. Maar tijdens het mijmeren kwam ineens een andere gedachte op:
Dit is eigenlijk ook het perfecte thema voor mijn afscheidsrede.
Omdat haar afscheidsrede niet alleen een terugblik is maar ook een hoop en verwachting uitspreekt, vonden wij het een eer dat wij deze rede mogen plaatsen op onze website.
Daarnaast is Nicole lid van het Comité van Aanbeveling van Stichting Zinnebeelden.

De Kracht van Gezien worden.
Want wat betekent het eigenlijk, gezien worden? En waarom is dat zo krachtig?
Nou… laten we beginnen met het meest voor de hand liggende.
Dat jullie hier vandaag met zó velen aanwezig zijn, maakt dat ik mij enorm gezien voel. En geloof me: dat voelt ontzettend goed. Jullie geven mij een prachtige herinnering mee aan de afsluiting van mijn loopbaan. Daar ben ik jullie oprecht dankbaar voor.
Als ik terugkijk, heb ik mij niet alleen vandaag gezien gevoeld maar gedurende mijn hele carrière. Door Zuyderland, haar rechtsvoorgangers en de mensen die er werken. Daardoor heb ik een prachtig, uitdagend en betekenisvol werkzaam leven mogen leiden in een sector die nog steeds een speciaal plekje in mijn hart heeft.
En dat begon eigenlijk helemaal niet zo vanzelfsprekend.
Ik volgde de algemene opleiding tot verpleegkundige. De GGZ stond niet bepaald met neonletters op mijn carrièreplanning. Toch merkte ik al snel dat ik gefascineerd was door gedrag. Vooral door de vraag: waar komt het vandaan?
Toen was een keuze-stage op de PAAZ snel gemaakt. En daar gebeurde iets wat ik niet had zien aankomen: ik kwam binnen voor een stage en bleef uiteindelijk mijn hele loopbaan hangen.
De PAAZ voelde destijds als een compleet andere wereld binnen hetzelfde ziekenhuis.
Alleen het kantoor al…
Geel-bruin van de rook, overal drukte, mensen op vensterbanken, benen op stoelen. Ze hadden iets rebels en er gebeurde ook vaker wat rebels. Iets wat tegenwoordig waarschijnlijk zou beginnen met een melding bij HR en eindigen met een verplichte e-learning professionele werkhouding.
Maar ik voelde me er binnen twee weken thuis. Echt thuis. En ik ben er vervolgens nooit meer weggegaan.
In al die jaren heb ik ontzettend veel geleerd van collega’s maar vooral van cliënten. Misschien wel meer dan uit welk handboek dan ook.
Bij medisch-technische handelingen wist je meestal vrij snel of iets goed of fout ging. Maar in de GGZ draaide het om iets anders: de relatie.
Vertrouwen bouw je niet met protocollen alleen. Dat vraagt afstemming, luisteren, soms twijfelen, en ook je eigen kwetsbaarheid durven laten zien.
Dat vonden we vroeger trouwens best ingewikkeld.
We handelden vaak met de beste bedoelingen, maar eerlijk is eerlijk: soms ook vanuit onze eigen onmacht. Dwang, drang en besluiten óver mensen in plaats van mét mensen. Gelukkig is daar veel in veranderd. De emancipatie van cliënten heeft geleid tot een veel gelijkwaardiger relatie.
Soms realiseer ik me pas hoe groot die veranderingen zijn als ik terugdenk aan bepaalde gebeurtenissen.
Neem bijvoorbeeld het bezoek van Koningin Beatrix aan Sittard, ergens rond 1990.
Er was een man die bij ons bekend was en waarvan men vond dat hij mogelijk een risico vormde tijdens het koninklijk bezoek. Er was geen psychiatrische crisis op dat moment. Geen maatregel. Geen juridische grond.
Maar er was wel een verwacht probleem.
En de oplossing destijds?
Die man werd voor het weekend bij ons opgenomen. Op een separeer.
Zonder maatregel. Zonder niks.
Dit gebeurde echt.
En juist daarom ben ik blij dat we zoveel verder zijn gekomen. Dat we inmiddels samenwerken in zorg- en veiligheidshuizen. Dat we onze verantwoordelijkheden delen. Dat we niet meer vanuit een ivoren toren kijken naar wat er buiten gebeurt.
Die ontwikkeling zie je ook terug in de inzet van ervaringsdeskundigen.
Waar cliënten vroeger vooral ontvangers van zorg waren, zien we hen nu veel meer als samenwerkingspartners. Ervaringsdeskundigen slaan vanuit herkenning, hoop en gelijkwaardigheid een brug tussen cliënt en hulpverlener.
Dat dat niet altijd vanzelf ging, weten velen van jullie ook.
Acceptatie, financiering, formatieplaatsen… er zijn heel wat gesprekken over gevoerd.
Maar ik ben er trots op dat ik aan die ontwikkeling heb mogen bijdragen. En ik hoop dat we hun waarde nooit uitsluitend gaan uitdrukken in productiegetallen.
Hetzelfde geldt voor naasten.
Ook zij hebben zich lange tijd niet gezien gevoeld. Terwijl zij vaak een cruciale rol spelen in het herstelproces.
Gelukkig krijgen zij steeds meer aandacht. Terecht, want niemand draagt een psychiatrische aandoening helemaal alleen.
Maar wanneer voelt iemand zich nu écht gezien?
Volgens mij gebeurt dat wanneer je als hulpverlener aansluit bij datgene wat iemand nodig heeft.
En soms ben jij niet degene die dat kan bieden.
Soms lukt het een collega, een naaste of een ketenpartner beter.
Vanuit andere expertise of simpelweg omdat die persoon nét die andere snaar weet te raken.
Dat vraagt bescheidenheid. En soms kwetsbaarheid maar ook samenwerking.
Maar uiteindelijk gaat het toch om de persoon achter de diagnose blijven zien.
Ik heb zelf het geluk dat ik een behandelaar heb die precies dat doet.
Iemand die doorvraagt. Kritische vragen stelt. Geen doekjes om dingen windt. Twijfel durft uit te spreken.
Open, eerlijk, afgestemd en in verbinding.
Dat geeft vertrouwen.
Daardoor voel ik mij gezien.
Als ik naar de toekomst van de GGZ kijk, stemt mij dat hoopvol.
Steeds meer verschuift de aandacht van diagnose naar mens. Van stoornis naar context. Van behandelen naar begrijpen.
En dat is grote winst.
Natuurlijk staan er ook nieuwe uitdagingen voor de deur.
AI, digitalisering en technologische innovaties.
Ik hoop oprecht dat alle tijd die daardoor vrijkomt niet alleen wordt omgezet in meer productie. Maar ook in meer aandacht, meer creativiteit, meer ontmoeting en meer menselijkheid.
Want uiteindelijk blijft dát de kern.
Mensen willen gezien worden.
Cliënten.
Naasten.
Collega’s.
En eerlijk gezegd dus; wij allemaal
Laten we daarom vandaag niet alleen terugkijken.
Laten we vooral vooruitkijken.
Naar alles wat hier is opgebouwd.
Naar alles wat nog gaat groeien.
En naar alle mensen die elkaar onderweg blijven zien.
Dus laten we het glas heffen.
Op al het moois dat achter ons ligt.
Op al het moois dat nog komt.
En vooral op elkaar.
Proost.


Geef een reactie